Het feest van Sint-Maarten
Het Sint-Maartenslied zingend van huis naar huis
In België leeft de traditie met name sterk in veel plaatsen in de Oostkantons, in West-Vlaanderen (De Panne, Ichtegem, Ardooie, Koekelare, Langemark-Poelkapelle, Diksmuide, Houthulst, Ieper, Zonnebeke, Mesen en Heuvelland)…
Dit is een citaat uit Wikipedia. We zien onmiddellijk dat er één gemeente schandelijk (!) over het hoofd is gezien. Namelijk de onze! Ledegem wordt niet vermeld. Een blunder die deze “Leeghemse Wikipedia” hier meteen recht zet.

De legende hierachter:
Sint-Maarten was een Romeinse legioensoldaat. De Romeinse wet bepaalt dat de soldaat slechts voor de helft eigenaar is van zijn militaire kledij, de andere helft is van het leger. Hij komt een arme sukkelaar tegen die het koud heeft. Hij stapt van zijn paard, neemt zijn zwaard en snijdt zijn mantel in twee. Hij geeft zijn helft aan de arme en behoudt de andere helft, die van het leger. Hij heeft het koud aan de arm en klopt aan om zich te warmen.
Sint-Maartenslied in Ledegem (met dank aan lezer Ludo Demeyere)
Traditiegetrouw komen de kinderen van deur tot deur zingen voor snoep, op Sint-Maartensavond, dat is dan op 10 november, de vooravond van 11 november, de feestdag van Sint-Maarten. Valt 10 november op een weekend, dan verschuift het naar de vrijdag, ervoor. Best hebben ze dan ook fluokledij aan en een lantaarn mee.
Sinte-Maartensavond, de torre gaat mee naar Gent,
En als mijn moederken wafels bakt, we zitten zo geern omtrent.
Waakt vier, staakt vier, sinte Maartens komt alhier,
Met zijnen bloten arme, je zoudt hem zo geern warmen,
warme, warme liere, ’t is morgen sinte liere, ’t is overmorgen sintelap
Eet joenen buik vol zoetepap.
Gebeurs , we komen u bezoeken, achter wat appels en achter wat koeken.
En laat ons hier niet lange staan, want we moeten van ’t ene naar ander gaan.

