Winkelse kaarters in de laatste rechte lijn
Dinsdag 29 oktober werd de beslissende manche van het seizoen gekaart!
De parking van Winkel Sport stond goed vol toen ik door Lieven Declercq (fungerend als mijn kaart-infiltrant, waarvoor dank) de kantine werd binnengeloodst. Ik kon vaststellen dat de deelnemers in een gewijde stilte plaats namen aan de tafeltjes. Er stond natuurlijk veel op het spel. En ook op de gezichten van de bestuursleden (Marcel Decoutere, Romain Germonpre, Pierre Rommens en Paul Verhamme), zoals je kan zien op bovenstaande foto, kon je de ernst van de situatie aflezen. En alhoewel Carlos Casteleyn ons duidelijk maakte, met een wijsvinger richting scorebord, dat er eigenlijk nog maar 5 deelnemers kans maakten op de trofee, was het duidelijk dat de spanning iedereen bij de keel had gegrepen. Knikkende knieën, klapperende tanden, beverige handjes, zweetdruppels op het voorhoofd… Het was er allemaal.

Het scorebord vóór de laatste drie partijen van het seizoen zouden gespeeld worden: Aan kop Luc De Waegenaere met 23 gewonnen partijen, op de hielen gezeten door Eddy Omeye en Geert Demeyere (elk 22 winstpartijen) en Noël Demeyere en J.P. Casteleyn (21 winnende partijen).

Hier lijkt Carlos Casteleyn te denken: “Zou ik het aandurven… met de mul…” Germain Bonte, Lucrèce Desmet en Annie Hanssens denken er het hunne van.

Noël Demeyere, Lucien Desimpele, Jan Devos en Arlette Roels in opperste concentratie. Dit zijn hun echte gezichten niet. Ze hebben zich alle vier een masker van onpeilbare diepte aangemeten om de tegenstander op het verkeerde been te zetten.
De werken van Wilfert Carton, Geert Demeyere, Luc Dewaegenaere en Mieke Descamps. Hier hoorden we iemand in vertwijfeling roepen: “Ik moest troef maken met de 7,8 en 9. Toeme toch”.


Bemerk de Rodenbach onderaan in beeld. Alsof de (kaart)wijsheid in een glas te vinden is, zelfs al zou je er zéér diep in gekeken hebben. Het brengt nochtans niemand van het viertal, Willy Craeynest, Walter Demuynck, Eric Depoortere en Luc Madou, van de wijs.
Jean-Pierre Casteleyn, Pierre Maes, Eddy Omeye en Frans Pareyt. Bij deze vier geroutineerden ging het bijna mis… (we noemen geen namen) toen A averechts kaartte, terwijl B had gezegd dat rechts te doen, daarmee laatstgenoemde met een blote manille achterlatend…


Jules Clarisse, Frans Vandaele en Frans Vanden Bosch durven nauwelijks naar hun kaarten kijken. Roza Vandewalle daarentegen, achterover leunend, lijkt te zeggen: “Alles onder controle”. En dan had je haar kaartstijl moeten zien. De schoonheid, de sierlijkheid waarmee zij een kaart neervlijt in het midden van het tafeltje… het is de ballerina van het kaartspel (n.v.d.r. het is moeilijk te beschrijven maar ik doe mijn best).
Een achter gehouden troefaas van Noëlla Demeyere zou op dit moment van de strijd de tegenstand de das omdoen. Herwig Azou, Carine Thermote en Roger Huysentruyt zijn getuige van dit wrede spel van kat en muis. Het lijkt Tom en Jerry wel.

Na veelvuldig rekenen en tellen (de jury had zich daarvoor uren teruggetrokken) kwam het verdict!
- Luc De Waegenaere : 26 partijen (op 36) en 3442 punten
- Eddy Omeye: 25 partijen en 3479 punten
- Frans Vanden Bosch: 23 partijen en 3406 punten
Toen ik de kantine verliet, keek ik nog even door het raam naar het voetbalveld. Ooit had ik in mijn jonge jaren op zo’n velden nog grote triomfen gevierd. Als een jong veulen achter een bal aanhollen… Tja, zo’n vlaag van nostalgie, dat gaat ook weer over (net zoals winderigheid).

