35 graden in de schaduw!
Daarom ga ik er ook niet in zitten, ik ben niet gek…
Er was opmerkelijk weinig verkeer die morgen, toen ik behoorlijk afwezig (door de al vroege verzengende hitte) naar de bakker tufte. Pistolets halen! Ja, ik had de fiets moeten nemen, dat zou mijn (aftakelende) fysieke paraatheid ten goede gekomen zijn. Maar mijn lichaam had me gezegd: “Niet doen!”
En wel hierom. Een paar dagen geleden had ik tegen mijn kleinzoon Lucas (van 8) een matchke gespeeld op het grasveldje in de tuin. Omdat ik me weer eens had afgevraagd: “Kan ik het nog?” Ik had het op 6-6 kunnen houden. Maar het enige dat ik de dag daarna nog kon bewegen waren mijn vingers. Alle andere spieren (waarvan het bestaan me de voorgaande jaren volledig was ontgaan) brandden in mijn lijf. De schaafwonden waren beginnen te trekken (ik had me nog eens aan een paar tackles gewaagd) en ik was in het bezit van meer blauwe plekken dan een modale bewoonster van een vluchthuis.
Ik was van plan om de rest van de dag geen poot meer uit te steken. Misschien nog een stukje schrijven, maar dan een zuinig (al ben ik geen Hollander en daar ben ik niet rouwig om). En ook niet in de schaduw. Met een fris gekoeld flesje, waarin een Omertje merkbaar tegen het glas aan het ademen is, als bondgenoot.

