De Winkelnaere in de kijker
Honoré Lagae
Dit is een speciale “In de kijker” met een posthume hommage aan een Winkelnaere met bijzonder verdiensten uit het verleden. De Winkelse Heemkundige Kring liet de volkszanger, dichter, humorist en toneelschrijver even herleven tijdens hun expositie “Sint-Eloois-Winkel in postkaarten 50 jaar geleden” op 5 juli ll.

Wij sluiten ons daar graag bij aan. Zoals je kan lezen op de cover van het boek dat over Honoré Lagae is verschenen in 1985, vijftig jaar na zijn overlijden, was zijn boodschap “Laat ons steeds de menschen weer verblijden”. Dat is wat wij ook willen bereiken, op een bescheiden manier, met deze website.
We kregen het boek even ter inzage van lezeres Martina, in een poging om een antwoord op onze vraag te bieden: “Waar kwam zijn bijnaam “Poepe Lagae” vandaan. Die vraag stelden we in het artikel “Kunst van eigen bodem – Zelve gemakt”.
In datzelfde boek lezen we op pagina 12: Uit die vele gezellige Honoré-Lagae-stonden is er in de schoot van K.B.G. een ontspanningsgroep gegroeid: “De Winkelse Rijstpoepen” een titel ons Winkelnaars toegekend na een voorvalletje over rijstpapeten aan de Leie…” Is dat de verklaring voor “Poepe Lagae”? Het zou kunnen. Maar alweer de vraag naar de lezer toe: “Kan iemand hier iets meer over vertellen?”

Ze zijn een beetje in onbruik geraakt, de bijnamen voor inwoners van ene of gene gemeente. Vroeger werden “Meenenoars” “toartebakkers” genoemd, Roeselaerenoars waren dan weer “sulferdoppers”. Oostendenoars zijn “skone veschke ploaten”, Blankenbergenoars zijn “geirnoards en viswuven”. In Kuurne zitten “d’ezels” (De winnaar van de wielerwedstrijd Kuurne-Brussel-Kuurne krijgt nog altijd een knuffel-ezel), “keunejoengen” zijn dan weer die van Heist. In Tielt zijn het “zunnekloppers” en in Diksmuide zitten de beuterboern (het botermerk Dixmuda is ons allen bekend). Dichter bij huis zijn er nog de “pompeschitters”, de Dadizelenaars. Zo zijn er nog wel een aantal op te noemen. En dus de rijstpoepen voor de Winkelnoaers! Het zijn stuk voor stuk mooie voorbeelden van hoe folklore een dorpsgemeenschap kleur kan geven.
Een greep uit de liedjes in “oeze toale” van Honoré Lagae: “De bedevaart, De biecht van d’oude jonkmans, de bruiloft van oom Tiste, de doktoors, ’t duivensport, de fruiteniers, de koffiewijven en de nieuwen tram (waarvan een fragment te lezen is bij het artikel “kunst van eigen bodem”). Ze ademen allemaal de vrolijke lokale authenticiteit uit van onze dorpsgemeenschap. Het is goed dat we deze volkskunstenaar nog even herdenken. Bij deze!

