Kreeftenfestijn bij Babette!

Kreeftenfestijn bij Babette!
Leestijd: 3 minuten

Een gourmet-avond, daar mogen ze me altijd voor wakker maken…

Er diende zich een uitstekende reden aan om nog eens bij mijn stamcafé langs te gaan. Babette gaf namelijk een groot gourmetfeest naar aanleiding van haar 20-jarig caféhouderschap. Het zou een “fruits-de-mer-avond worden met reuzekreeften”. Ten minste, zo had ik het ergens gelezen op een flyer. Er stond een lambada-dansende gamba-garnaal op afgebeeld die een zeemeermin met vork en mes achternazat. Waarschijnlijk gemaakt met Artificiële Intelligentie, dacht ik nog.

Er was al veel volk in mijn staminee en ik wurmde mij, hier en daar een lage elleboogstoot parerend, meteen maar door, richting achterkeuken. In de deuropening stond een mij onbekende maar goed voorziene blonde stoot tegen de deurstijl geleund. Bij het passeren kwam ik in zachte aanraking met die dingen, waardoor ik direct overtuigd was van het nut van de uitvinding van een dubbele airbag in wagens.

In de keuken wachtte mij een gewaarwording van een heel andere strekking. Thomas van de gazettewinkel stond samen met Babette, de één gewapend met een opgevouwde Weekbode, de ander met een schuimspaan, naar de kreeften te loeren op het aanrecht. “Verdorie,” riep ik, “die beesten leven nog!” “Natuurlijk leven die nog,” schudde Babette meewarig het hoofd, verbaasd over zoveel culinaire domheid, “we wachten tot het water kookt, dan gooien we ze erin”. “Wablieft”, riep ik met stijgend afgrijzen, “levend?” “Dat hoort zo”, zei Thomas Gazette. Op dat moment kwam Franske Destoop binnen, landbouwer van beroep en schepen van openbare werken. Het moet een politieke reflex zijn, want hij kwam onmiddellijk tussen. “Je kan ze ook onmiddellijk dooddoen door ze met een mes of zo tussen de ogen te doorboren”, wist hij te vertellen. Dat kon best zijn, want ik dacht dat ik dat Piet Huysentruyt ook eens had zien doen. Franske had tijdens de oorlog als kind wel eens meegeholpen, toen zijn vader geregeld eens een zwijntje sluikslachtte, dus dat kon geen probleem zijn. En zie, hij stroopte de mouwen al op, terwijl Babette in de lade rommelde op zoek naar een puntig voorwerp. Ze haalde een stuk of wat vleespinnen te voorschijn die we op de laatste barbecue (die waar Emilienne op tafel was geklommen en met opgeheven rokken de polonaise was beginnen dansen) ook nog hadden gebruikt.

Franske stapte kordaat op de kreeften af, die dreigend met de sprieten begonnen te wuiven, ontweek handig de grote scharen en sloeg toe. Keer op keer. Hij stak de vleespin krakend in het harnas en legde hen opzij. Toen ze er allemaal met zo’n pin door het pantser bij lagen, gingen wij, als volleerde fijnproevers, ons aperitiefje nemen in het café.

Op een gegeven moment wou Babette nog eens bijvullen en ging weer naar de keuken en de gootsteen toe. Kort daarna weerklonk een uitstekende replicaversie van de verkillende Tarzankreet. Zowat het hele café spoedde zich naar het vermoedelijke rampgebied en iedereen zag wat Babette zag.

De kreeften hadden de pinnen met hun scharen gegrepen en probeerden die er bij zichzelf weer uit te trekken. “Dan toch maar het kokende water”, adviseerde ik nuchter. Thomas en Franske gaven gehoor aan de oproep en gooiden de beesten met vleespin en al in de stomende ketel. “Ze zijn meteen dood hoor”, zei Thomas haastig, maar hield toch maar angstvallig het deksel op de kom. “Wat erg voor die beestjes”, stamelde de blonde stoot. “Bijlange niet”, zei ik, “eigenlijk redden we ze van de verdrinkingsdood”.

Ze leek het te geloven, want ze lipte met bravoure de kers uit haar cocktail. Toen Eddy de facteur binnenkwam en zag wat er gaande was, riep hij ontzet uit: “Miljaarde, dat kan je die beesten toch niet aandoen”. “Ach”, antwoordde ik, “dat is allemaal relatief”. “Als je aan een kreeft vertelt dat een postbode dagelijks tientallen kilo’s brieven moet ronddragen, soms achterna gezeten door een vervaarlijke hond,” dan vindt die dat ook verschrikkelijk, hoor!”

Het was al laat toen ik huiswaarts keerde en de Rollegembosstraat in sloeg. En plots had ik nog zin in een bakje friet met stoverij. Kreeft… allemaal goed en wel, maar de Vlaming in mij is nu eenmaal niet te temmen.

Avatar foto

Erik Den Hert

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *