Een nieuwe auto en Karaoke!
Biewaaidie doet het…
14 dagen geleden
Niet dat we hadden afgesproken, maar we wisten dat Eddy de facteur in ons stamcafé zou zijn op die koude vrijdagavond. En we wisten ook dat hij er zijn nieuwe wagen zou komen showen en die wilden we natuurlijk wel eens zien.

Kou of geen kou, hij stond ons, naast zijn blinkende bolide, op te wachten, met zijn autosleutels jonglerend en een triomfantelijke glimlach van oor tot oor. En we moesten toegeven, een prachtige limousine stond voor ons stamcafé geparkeerd. Franske liep rond de wagen met een keurende blik. “Welk merk is dit?”, vroeg hij geïnteresseerd. “Een Biewaaidie,” articuleerde Eddy overdreven. “Een wat?”, fronste Valeer dan weer. “Een B-Y-D,” spelde ik schoolmeesterachtig, “dat is een Chinees!” “En met alle laatste snufjes…” vulde Eddy aan vingertje in de lucht, “kom laten we naar binnen gaan, ik vertel er alles over”.
Aan de toog was Eddy wijdgebarend al de technische specialiteitjes uit de doeken aan het doen, toen hij het plotseling over de karaoke-functie had die, naar zijn eigen zeggen, in de auto ingebouwd zat. “Er zijn zo’n vijfduizend liedjes opgenomen in het repertoire”. Dat konden we maar nauwelijks geloven. “Dat leidt toch af,” riep Franske verbouwereerd uit. “Neen, neen,” antwoordde Eddy. “Van zodra je gaat rijden, sluit die functie automatisch af. Via een speciale app kan de passagier wel de teksten van het scherm in de wagen overnemen op zijn of haar gsm. En met een bij te kopen koptelefoon kan je ook verder mee kwelen!” Dat hadden we nog nooit gehoord. Cafébazin Babette had het gesprek gevolgd en riep enthousiast uit: “Een karaoke-avond… dat is nog eens een wakker idee!” Ik kon dat wel begrijpen, de maand januari is, wat de tering betreft, altijd een magere periode. Mensen hebben met die eindejaarstoestanden geen centen meer over. En een duivels plan werd daar terstond uitgebroed door onze gewiekste cafébazin.
Gisteren
Een karaoke-avond… Het deed de ronde in het dorp! Zelf huiverde ik bij die gedachte. Mijn “chanteur de charme”-capaciteiten reiken niet ver. Toen de zangstemmen werden uitgedeeld, stond ik in de rij net achter een koppeltje geiten, maar toch nog drie plaatsen vóór Sam Gooris. Ik zing zó vals dat mijn signalement werd doorgegeven aan iedere karaoketent in het land. Ooit wandelde ik abusievelijk zo’n meezingetablissement binnen, maar wist mijn cool te bewaren door resoluut op de bar af te stappen en twee pinten en een witte te bestellen. De boodschap was duidelijk: hier is een man die komt drinken, niet zingen. Maar ik kreeg toch een microfoon in de handen gestopt. Bleek dat “twee pinten en een witte” een veelgevraagd nummer is van Big John en de chargebuzzeband.
Maar goed, nieuwsgierig als ik ben, ging ik toch. Ik liet mijn blik ronddwalen in de taveerne, die voor de gelegenheid met ballonnen en slingers was versierd. De jukebox had plaats moeten ruimen voor een klein geprefabriceerd podiumpje met links ervan een groot scherm. Mijn drinkebroers zaten al afwachtend aan de toog. Er was veel volk dat ik niet kende. In de hoek van de vogelpik zat een geheel in leder gehulde motorrijder met een muil die mij niet vreemd was. Ha, nu wist ik het weer, hij leek heel sterk op Mick Jagger. Ook zo’n kingsize-lippen. Zijn lederlief was mee. Een lellebel met een enorme tatoeage van haar vrijer op haar bovenarm. Hij heette Harley Davidson.
Wat verderop heel andere koek. Daar stonden twee knappe meisjes te kwetteren. Het gesprek ging over maandverband en inlegkruisjes. Dat kon ik zien aan de bewegingen die ze maakten met hun handen. Het kon natuurlijk ook over het weer gaan. Een mens kan zich vergissen. Ik had geen tijd om me met een rake oneliner in het gesprek te mengen, want Harley Davidson sprong het podium op. Hij vroeg de formidabele meezinger van Noordkaap “Geef me een zoen”, zodat de sfeer er al onmiddellijk in zat. Zijn schuurpapieren stem leek veel op het geluid van een schoothondje dat al een uur met een op springen staande blaas aan de achterdeur staat te krabben. Dat mocht de pret niet drukken en zowat het hele café, Babette inclusief, stond al op de tafels mee te brullen. Onder oorverdovend applaus kwam hij van het schavotje gestapt. Hij kuste zijn lief met de fijngevoeligheid van een stofzuiger. Wéér kwam me dat bekend voor. Mick Jagger kan óók een kameel tongzoenen zonder speeksel te morsen.
De beurt aan een soortement sociaal assistent (of een andere sociale gehandicapte onder ons, ik wil er vanaf zijn) met de heel toepasselijke hit van Walter De Buck “Mijne Vlieger, ‘k hem nog twiè bollekes in minne zak…” Het is een ziekte waar een Latijnse naam voor bestaat, ik weet het zeker, maar die wil me net niet te binnen schieten. Wat ik wel weet is dat dat ongemak tot nader order niet is opgenomen in het ziekenfondspakket, niet bij Solidaris, noch bij de CM. (Zou “mijne vlieger” ook in het BYD-repertoire opgenomen zijn, pijnigde ik mezelf met deze existentiële vraag…)
Kortom, de avond verliep in een opperbeste sfeer. Enkele uren en een tiental Stella’s later stond ik met mijn maten aan de toog te proberen me overeind te houden. Ook Harley was er nog. Hij kwam angstvallig dicht bij me staan en klopte me broederlijk op de schouder. “Leuk feestje,” speekselde hij me onder, “dit moeten we nog eens doen”.


Erik, we zullen je eens voor het Davidsfonds vragen. Misschien kan je een avond vullen als brullende zanger, samen met Harley! Mooi verhaal.