Boer Kamiel Vervaeke
Uit het leven gegrepen!
We verwelkomen een nieuwe gastschrijver! Meester Luc Vandevelde kroop in de pen en leverde ons dit prachtig pareltje, dat we met trots publiceren.
Boer Kamiel Vervaeke van ‘t Noorden’ van Leeghem had nog nie lange een 2-peekaatje gekocht aan Julien van Simpels uit de Papestraat. Je weet wel, aan den ast bij Simpels. Nu de visput.
Julien had hem leren rijden, maar ‘t was moeilijk met die pook dat je in en uit en links en rechts moest draaien om rapper te kunnen rijden. Allé, ‘t lukte wel een beetje.
Achter een maand of drie had Kamiel dat al in de vingers en kost hij al zijn flêche en zijn essuie-glaces doen werken. ‘t Moment was gekomen om een keer een grote voyage te doen, ‘t is te zeggen, een keer naar Brussel te rijden om zijn dochter, Clara, die nunne was, te gaan bezoeken. Just gezegd, dat waren De dames de Lorraine, gevestigd aan de Zavel. Die gaven meisjesonderwijs aan internen en externen. Ook konden ‘seculiere dames’ bij hen verblijven. Zijn dochter had daar ook geleerd voor schoolmeesteresse.
De dag was gekomen dat hij zou vertrekken. Van te vieren was hij al op, zo nerveus was hij. Hij moest eerst nog zijn 4 koetjes melken en dan aanzetten. Den avond voordien, de vrijdagavond, had hij zeker al enigte uren op de oude kaarte van den Duits uit 40-45 gekeken. d’ Autostrade lag er nog niet lang van Oostende naar Brussel, dat was voor den Expo van ‘58, voor ‘t gemak van ‘d Engelsen die dat wilden bezoeken. Maar ‘d autostrade wilde hij niet pakken, zijn 2-peekaatje was nog in rodage en ton nog, dat was te gevaarlijk; Hij reed dan maar van Leeghem naar Kortrik, langs Anzegem, Oudenaarde, Brakel, Lierde, Ninove, Dilbeek, Anderlecht naar de Midi van Brussel. Daar vroeg hij in de Marollen de straat naar het klooster: Rue de la Regence. Wat dat betekende wis Kamiel niet. Hij heeft dat later aan een grensarbeider gevraagd die zei dat het de Regentstraat was. Kamiel had ook maar de lagere school gedaan en moest dan thuis werken op de boerderij.

Van zo ver te rijden had hij nogal dorst gekregen en parkeerde zijn autootje, rechts in de straat aan het park van “Place du Petit Sablon”.
Hij was daar veel te vroeg. Het was nog maar just over de noene. Hij wilde de nunnen niet storen op de middag en trok den eersten den besten café du Sablon binnen. Hij dronk daar een goeie 33. Dat deed deugd. Een kwartier later trok hij de straat op.
Wat is met dat, zei hij, kijkend naar een groot ansigne op de ruit van een winkel: Manicure. Hij wilde het weten en stak de deur open. Bonjour, zei er een jonge frisse dame met een diepe décolté waar Kamiels ogen van draaiden. “Puisje vousaider” zei de dame, maar zag dat Kamiel het niet verstond. Gaat u maar zitten, zei ze. Wat Kamiel deed. Ze begon zijn handen in te wrijven, zijn nagels te kuisen en te vijlen dat het een welste was terwijl Kamiel naar haar façade aan te loeren was. Na een 20 minuten mocht hij, na betaling, vertrekken. Wat verder zag hij weer een raar opschrift: Pedicure. Je kunt denken dat Kamiel heel curieus was wat dat betekende. Hij naar binnen. Hij was nog met moeite gezeten of ze deden al zijn schoenen en kousen uit. Best dat hij na het melken van zijn koeien verse aangetrokken had. Daar duurde het wat langer om al dat eelt te verwijderen en zijn voeten met een welriekende zalf in te smeren. Na vereffend te hebben, stapte hij welgezind naar buiten. Hij haalde zijn zakhorloge uit en zag dat het 5 voor 2 was.
Nu zou hij zeker de nunnen niet meer storen en begaf zich in de richting van het klooster.
Wat zag hij daar nu staan? Accède par la clôture!
Ja maar, vloekte Kamiel, nie met mij! Hij liep van de ene kant naar de andere, van links naar rechts en zag nog een bord met een pijl staan waarop stond: Monastère.
Dat begreep hij ook niet. Van een Leeghemse colère zocht hij het café du Sablon op, stapte binnen en dronk er in een kwartier tijd drie pinten van 33 uit.
Vloekend smeet hij zich in zijn 2-peekaatje en snorde in omgekeerde richting naar zijn kot.
Zijn dochter heeft hij het jaar nadien gezien toen ze zelf naar Leeghem kwam. Ze vertelde hem hoe fantastisch de treinreis was van Brussel Midi, langs Gent, Kortrijk, Roeselare. Dan had ze nog het “Mazoutje” tot Beitem-Statie en moest ze nog een heel ende te voet naar de Begijnestraat waar haar ouderlijk huis met de loeiende koeien stond.
Kamiel heeft het nooit meer geprobeerd om naar Brussel te rijden. Roeselare, Menen en Kortrijk waren al ver genoeg voor hem.
Ieder jaar kwam zijn dochter Clara zelf met de trein af. De laatste jaren moest ze een bus nemen om van Roeselare naar Leeghem te komen.
Voilà, dat was het.
Foto’s en verhaal: Luc Vandevelde


heel leuk
Prachtig