Schoolmeesters? Het is me wat…

Schoolmeesters? Het is me wat…
Leestijd: 3 minuten

(Niet) altijd het laatste woord…

Het leek een herfstige natte dag te worden en ik was, zonder het zelf te beseffen, in mijn stamcafé aanbeland. Ik was nog maar net gaan zitten of meester Jean kwam het estaminee binnen. Meester Jean liep dicht tegen zijn pensioen aan en zowat iedere Ledegemnaar had bij hem in de klas gezeten (zesde studiejaar). Ik ook, maar van kindsbeen af had ik die man niet kunnen uitstaan. Kon die man leuteren zeg!

Hij liep linea recta (geleerde uitdrukking, nog van hem geleerd) met uitgestoken hand op Valeer af. Valeer schoof hem al een Stella toe en een stoel onder zijn derrière. De gatlikker! Met glinsterogen en een verse schort aan kwam Babette aandraven: “Osteblieft, mjèester, moej nog een notje ièn, ’t zin pistachkes, mjèester”. Pfff, wanneer had ik nog eens gratis nootjes gekregen, de triene!? Het kon niet dat Babette ook nog bij hem in de klas had gezeten, want in die tijd was het nog niet gemengd. Jongens in de jongensschool, meisjes in de meisjesschool. Toen nog duidelijk! Dus vanwaar die beate bewondering?

Hoe dan ook binnen de kortste keren zaten Jean en Valeer te keuvelen over het voetbal, de staking van de Roeselaarse postbodes, het Davidsfonds, de nakende nieuwe verkiezingen (ik had er ook 20 euro op verwed) en de kleinkinderen. Zo erg zelfs dat ik er onwel van werd. Babette luisterde geïntrigeerd mee. Valeer had het nog over zijn nimmer aflatende bekommernis voor de Vlaamse cultuur en taal en de geringschattende houding van de jeugd daarvoor. “Ja, zei Valeer, “het is niet allemaal rozegeur en maneschijn…”

Haha, dit was mijn kans. “Rozéngeur en manenschijn”, verbeterde ik hem triomfantelijk. Daar had Valeer niet van terug en ik genoot volop van mijn “moment de gloire”. Jean dronk nog eerst een volle teug van zijn Stella en zei toen dikkenekkerig: “Rozengeur oké, maar het moet wel maneschijn zijn.”

“O ja, en waarom dan wel?” Omdat er maar één maan is” ging de betweter door. “En hoe weet jij dat er maar één maan is?” “Misschien zijn er wel meer manen, maar het gaat hier duidelijk om de schijn van die ene maan die om onze aarde wentelt”. Hierbij diepte hij het Groene Boekje uit zijn binnenzak (hij verlaat het huis nooit zonder) en terwijl Babette aan zijn kant was gaan staan en over zijn gebochelde schouder meekeek, wees hij het gewraakte woord aan met een air van ik-weet-toch-alles-beter.

Euh, zei ik, “wel, euh… zoek eens het woord… euh… balzak op”. Meester Jean bloosde toen hij inderdaad, in complete tegenspraak met zijn eigen theorie, in zijn boekje het woord balzak en niet ballenzak vond. “En dat terwijl ik zeker ben dat het hier toch om meer dan één gaat”, sneerde ik en ik keek als de winnende gladiator in de rondte. Babette was weer lachend aan mijn kant komen staan (vrouwen houden van winnaars). Meester Jean lag verslagen op de grond en ik weet het, een liggende tegenstander schop je niet, maar het was sterker dan mezelf. Dus zei ik nog: “Weet je, meester, wat ik denk bij het zien van jouw Groene Boekje…?”

Zonder op zijn antwoord te wachten, richtte ik mij tot het aanwezige publiek en gaf de genadesteek. “Ik vraag mij af of dat nu een kloteboekje of een klotenboekje is…?” De teug van mijn Omer die ik daarop nam, smaakte o zo lekker!

Avatar foto

Erik Den Hert

2 gedachten over “Schoolmeesters? Het is me wat…

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *