De stoel(gang)dans!
Een kakske in een zakske…
Aan de toog Eddy de facteur, gepensioneerde bakker Gerard, onze plaatselijke casanova Jeroen, landbouwer Franske Destoop en ikzelf. Achter de toog de immer bevallige Babette, onze door iedereen geliefde cafébazin.
Aan het woord Eddy de facteur. “Ik kreeg deze week die envelop weer in de bus voor de stoelgangtest. Je weet wel… om dikkedarmkanker desgevallend vroegtijdig op te sporen. “Ik ook, ik ook,” vulden een paar toehoorders aan. We herinnerden ons allemaal het verhaal van Franske (dat je hier nog eens kan nalezen in het archief “een belangrijk kakske” van 11 juli 2024).
“Dat onderzoek is natuurlijk zeer belangrijk, dus ik besloot om mee te doen, wat ik de jaren daarvoor had verzuimd,” zo ging Eddy verder. ” Ik wilde kost wat kost die eventuele opvolgcolonoscopie vermijden, want ik vermoed dat zoiets even aangenaam moet zijn als een prostaatonderzoek met vier vingers en euh… een duim”. Babette moest op dat moment een monkellachje onderdrukken. “Ik haalde die tube dus tevoorschijn en de handleiding”.
“Ik moest dus een soort papieren opvangzakje aan weerszijden van de WC-bril plakken, met zo’n kleefstrookjes, een soort kingsize-inlegkruisje zeg maar”. Babette was al tappend geanimeerd aan het luisteren. Eddy ging verder. “Ik was gaan zitten en nam de “handleiding” weer bij de hand. Ik moest daar dus in mikken, maar, o wee, het labo-exemplaar mocht niet in aanraking komen met water uit de pot maar ook niet met (al was het maar een beetje) plas… Dat had ik maar beter gelezen vóór ik was gaan zitten, realiseerde ik me. Toen ik naar de resterende opening keek tussen het opvangzakje en de voorkant van de WC-pot, dacht ik, laat ik maar geen risico’s nemen. En met mijn broek op mijn enkels staffelde ik naar beneden. Die plas kon ik maar beter in het toilet beneden gaan plegen. Oef, dat ging goed. Weer naar het toilet boven waar ik weer een blik gunde op dat papieren niemendalletje, vooraleer ik opnieuw mijn beginpositie aannam. Onmogelijk dat dat dingetje mijn prestatie zou kunnen ophouden, dacht ik. En dat was ik helemaal zeker toen ik op de handleiding een tekeningetje zag. Daar lag een drolletje in dat zakje, pfff, zelfs een konijn doet beter”.
En kon je er, tijdens het “exit-proces”, niet een stukje afknijpen?” vroeg Jeroen in zijn jeugdige onschuld. Nu lag Babette helemaal in een deuk. Ze veinsde iets te moeten pakken onderaan de toog, maar we hoorden het haar uitproesten. Eddy keek hem veelbetekenend aan. “Eénmaal de poorten zich hebben geopend, is er geen stuiten meer aan,” verduidelijkte onze facteur en hij ging verder. Franske knikte instemmend: “Mijn sluitspieren zijn ook niet te commanderen…” en hij slurpte van zijn Stella.
“Soit, ik deed mijn ding en wat ik daarna eigenlijk nooit doe… ik keek achter mij om te kijken naar de opbrengst. Een nieuw record was het niet, maar het kwam aardig in de buurt. Dat schepje gepakt, dat eigenlijk een boortje is met draad, een staal genomen, tubetje in, tubetje dicht en opzenden maar. Daarna, precies zoals de handleiding voorschrijft, de kleefstrookjes losgemaakt, het hele zaakje in de pot laten zakken, een minuutje gewacht (het papier is biologisch afbreekbaar) en doorgespoeld.
Frankske zat gulzig van een nieuwe Stella te genieten, waarop Gerard vroeg: “En jij, Frans, heb je dat ook zo gedaan?” Waarop onze natuurmens antwoordde, kort maar krachtig: “Gekakt op een stuk gazettepapier op mijn akker. Minder gedoe. Moest toch nog gaan bemesten…”

