Sinterklaas gesignaleerd in de Kortwagenstraat
Hij komt, hij komt!!!
Beste lezers, hier is opnieuw een waarschuwing van toepassing. Dit verhaal is niet bestemd voor kinderen onder de acht.
Het was kalm in mijn stamcafé toen ik er binnenwandelde. Ik zag Tom druk gesticulerend aan de toog zitten. Hij was blijkbaar in een woordenwisseling verzeild geraakt met Babette, de cafébazin. Ik ging erbij gaan zitten en tellen later stond er al een Stella voor mijn neus. Babette kent haar pappenheimers.
En laat ik de boel maar meteen op scherp zetten. De discussie ging hier over. Tom beweerde dat de Sint, Sinterklaas of Sint-Niklaas niets anders is dan een marketingconcept. Sinterklaas is volgens hem het middeleeuws equivalent van Camille of Pommelien. (Tom is een marketeer). Simpelweg een idee ontstaan in het knappe hoofd van een marketingspecialist met drang naar geld en macht. (Mijn kleindochter Yana vraagt aan de Sint inderdaad alleen maar spulletjes van Camille, dus daar is wel iets voor te zeggen). Tom is geen beest (of toch niet voltijds), hij wil de droom van kindertjes niet uit elkaar laten spatten, hij beredeneert de dingen alleen te veel.
Babette had voorlopig alleen gereageerd met wat schouderophalen, al was het duidelijk dat ze het er niet mee eens was. ik wou de discussie wel aangaan. Ik probeerde voorzichtig: “Maar, allee, Tom.” Dat was al genoeg om hem verder te laten orakelen:” Ik ontken het bestaan niet van een heilige Nicolaas in het verre verleden, want die is er vast wel geweest, maar hij is er in alle geval GEWEEST! “Waarom denk je dat?”, vroeg ik nog voorzichtig. “Het is toch niet mogelijk om zó oud te worden, om maar te zwijgen over het feit dat ze ons nog zouden doen geloven dat hij ieder jaar weer opnieuw op een schimmel kruipt… en over de daken galoppeert!”
“Ik heb hem gisteren wel nog gezien. In de Kortwagenstraat”, fluisterde ik een beetje ingetogen. Babette knikte goedkeurend en zette me nog een Stella voor. Tom ging onverminderd voort: “Met de hedendaagse milieuwetgeving, denk je dat het nog mogelijk is om met een rokende en lekkende stoomboot door internationale wateren te varen?”
“Maar ik heb hem gezien”, probeerde ik weer schuchter. Ondertussen waren Eddy de facteur en Franske Destoop er ook bij gekomen. Ook zij beweerden dat ze de Heilige Man hadden gezien, midden in de nacht op één of ander dak, zij het niet dit jaar. “En wie gelooft in hemelsnaam dat alle ondeugende dingen in “het grote boek van Sinterklaas” terechtkomen?” raasde Tom door, “de mainframe van de Sint zou simpelweg gigantisch vast lopen”. Ik dacht dat er voor mij alleen wel meer dan één gigabyte aan schijfruimte nodig is en ik was heus niet het stoutste jongetje van de klas.
Op dat moment kwam Valeer helemaal over zijn toeren binnengestormd. “Ik heb Hem gezien, samen met Zwarte Piet,” riep hij, “in de Denderbellestraat!” Tom richtte zich tot Babette: “Geef Valeer maar een plat watertje, “ik ben ermee weg!”
Aan de deur riep hij nog: “Als je Sinterklaas ziet, zeg hem dan dat ik hem zoek”. “Jaja, en als je Claudia Schiffer ziet, zeg haar dan dat ik háár zoek” wuifde Eddy hem smalend na.
Babette proestte het uit: “Claudia Schiffer? Serieus? Jij denkt kans te maken bij zo’n fotomodel??” “En waarom niet? Al wat ik nodig heb is een etentje bij sterrenrestaurant Boury en mijn vlotte babbel!”, repliceerde onze postbode. “Wat jij in dat geval nodig hebt, is touw en chloroform”, zei Valeer fijntjes met een monkellachje er achteraan.

