Ik ben mijn vrouw kwijt!

Ik ben mijn vrouw kwijt!
Leestijd: 3 minuten

’t Is uit als het over is…

Jonas hadden we al een aantal weken niet meer gezien in ons stamcafé. Waarschijnlijk op cruise met zijn blonde vamp (lees “Een hoogbenige blondine). Hij had daarop gezinspeeld de laatste keer dat we hem zagen. Maar met Toon, zijn beste vriend ging het op amoureus vlak helemaal mis. Eigenlijk hadden we het zien aankomen. Enkele weken terug riep hij me nog aan het verkiezingslokaal in grote vertwijfeling toe: “Ik ben mijn vrouw kwijt!” Niemand in heel het dorp die nog vijf cent gaf voor dat huwelijk. “Een gestrand schip dat nauwelijks was uitgevaren”, zo had Valeer het nog omschreven. Maar niet één die er eigenlijk het fijne van wist.

En toen we weer op een rijtje zaten op onze vaste plaats aan de toog, kwam Toon daar toch wel binnen zeker. Hij zag ons en beende recht op zijn vast gezelschap drinkebroers af. Nauwelijks was hij gezeten of cafébazin Babette was er als de kippen bij om het ei uit zijn gat te vragen. Zo zijn de vrouwen.

“Ach,” schokschouderde hij, intussen een wegwerpgebaar makend, waaruit bleek dat de ergste pijn geleden was, “we waren compleet uit elkaar gegroeid.” Niet dat we nieuwsgierig waren, maar Valeer, Eddy en ik wilden toch even onze bekommernis tonen. Niet verwonderlijk dat Valeer loog: “Maar jongen toch, jullie leken nog zo’n gelukkig stel! Hoe is dat toch kunnen gebeuren?”

Toon bestelde een Stella en begon zijn verhaal: “We waren naar Huis Maria gereden. Ik ging wat in de stand lectuur rondneuzen en zij zou in de groenteafdeling de voorraad voor de week inslaan. We spraken af dat we elkaar zouden treffen bij de kassa. Maar toen ik daar al een halfuur had staan wachten, kon ik er niet meer naast kijken. We waren feitelijk gescheiden!”

“Maar manneke toch,” zei Babette meevoelend en zette zijn schuimende Stella binnen zijn handbereik. “En heb je nu geen groenten?” vroeg Eddy nog, maar hij kreeg direct een elleboog van Valeer. Toon keek Babette doordringend aan:” Voor een man alleen is de financiële situatie moordend. Die alimentatie is gewoonweg niet te doen. Gelukkig heb ik met mijn ex een regeling kunnen treffen. Ik betaal haar in natura.”

Met de slag waren alle stamgasten bij de zaak. “Hoe bedoel je?” probeerde ik voorzichtig.

“Wel,” zei Toon, “op vrijdagmorgen ga ik de vuilniszakken buitenzetten en draai ik de confituurpot open. Ik help om het donsdeken in het overtrek te stoppen, als je dat alleen moet doen, is dat een hels gesleur. Ik reken daar een kleinigheid voor. En dan ga ik weer naar mijn appartementje.

Het hele café haalde opgelucht adem. Voor dat moderne “new-age” gedoe is ons dorp duidelijk nog niet klaar…

Toon ging door:” En af en toe heb ik een kleine bijverdienste. Voor het ’s avonds na 8 uur gaan doodmeppen van een spin in het bad bijvoorbeeld, reken ik 20 euro plus vervoerskosten.” Hij ledigde in één vlotte beweging zijn Stella tot op de bodem.

“Dat is niet veel,” overpeinsde Babette. Even dacht ik nog te zeggen dat ik het wel voor 15 euro zou doen, maar realiseerde mij op het laatste moment dat mijn timing niet bepaald ideaal te noemen was.

“Tja, dan ga ik maar weer”, glimlachte Toon, “hoeveel is mijn schuld, Babette?” “Laat maar”, knipoogde ze, “’t is er één van het huis.” Toon liep het café uit. Op een wolkje. Valeer en ik keken mekaar beduusd aan. ’t Is allemaal een kwestie van tactiek.

Avatar foto

Erik Den Hert

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *